Trainingstip 1 - bouw op 'met verstand'

Onze eerste trainingstip in dit koude weer is heel eenvoudig: de LCMT is al over goed 9 weken. U wordt verondersteld om de voorbije weken toch al af en toe te hebben gefietst. Het aanhoudende winterweer heeft die opbouwfase allicht niet vergemakkelijkt. Wie over een indoor-trainingsmiddel, genre Tacx beschikt kon wel de sneeuw, regen en ijzel trotseren en staat ongetwijfeld wat verder. Toch is voor iedere LCMT-deelnemer in de eerste helft van maart (en de hierna volgende veertiendaagse) slechts één stelregel echt belangrijk: BOUW RUSTIG OP!

Een inspanningstest kan je veel wijzer maken, maar niemand moet zich verplicht voelen om hiervoor bijkomende kosten te maken. Alleen dit: probeer toch zekerheid te verwerven over uw fysieke gezondheid. Hoe breder de basis hoe hoger de conditiepiek die je kunt najagen. Basistraining op  2 maanden van een evenement bestaat uit veel fietsen met lage hartslag (doorsnee liggen die waarden rond de 120 à 140 slagen per minuut). Daarmee wordt een fundament gelegd en als je 2 X per week zo'n goede duurtraining over 2 tot 3 uur kunt ondernemen zal de soepele pedaaltred snel de uwe zijn.
Problematisch is de typische bijtende noordenwind van dit moment. Ga dan maar eens in je eentje met weinig weerstand fietsen! Oplossing: in groep gaan rijden, maar je niet gek laten maken door competitie-naijver. Nu telt het nog niet hoe snel je kunt! In groep rijden zou precies moeten toelaten dat je eens die lage hartslagen realiseert, eerder dan dat je je steentje bijdraagt om helse snelheidsgemiddeldes neer te zetten. En als het dan toch in groep gaat, zo kun je toch mondjesmaat al eens wat interval gaan inlassen. Kopbeurten van 2 minuten tegen 160 à 170 slagen per minuut, of 3 minuten tussen de 150 à 160 slagen per minuut zijn dan aangewezen. Altijd aflossen met minstens zoveel recuperatietijd (hart terug laten zakken tot 140 en liefst lager). Een tot twee van eventueel 3 fiets-sessies per week mogen zulke intervalmomenten ingepast worden. Het kan ook op  de Tacx natuurlijk (avondlijke duisternis of regen...).

Trainingstip 2 - souplessetraining

Souplessetraining blijft ook voor een mountainbiker belangrijk. Zeker als je de Ardennenkuitenbijterst te lijf wil gaan in mei. Probeer daarom zeker 1 keer per week heel nadrukkelijk op die souplesse te fietsen. Dan draai je afhankelijk van je natuurlijke aanleg (leeftijd kan ook een rol spelen, hoe jonger, hoe soepeler in principe) tussen 92 à 106 toeren per minuut. Kies een aangepaste versnelling die niet te veel krachtinspanning vergt. In feite moet je altijd onder de 155 slagen per minuut blijven als je zo'n souplesse-sessie inlast. Weinig wattage dus (als je op vermogen zou rijden). Doe dit eerst op vlakke wegen. Naarmate je conditie beter wordt kun je ook eens hellingen gaan opzoeken en ook daar op zijn "Armstrongs" gaan klimmen. Beter flink terugschakelen dus en streven naar 80 toeren per minuut bergop (mag ook meer natuurlijk, maar zowel de helling als uw conditie en vermogen zal hier bepalend zijn).